Blog 3. Floor rondje Nederlandse grens

Het zit erop!

 

Het voelde onwerkelijk om de contouren van Groningen weer te zien opdoemen in de verte.

De laatste negen dagen zijn voorbij gevlogen.

Van het uiterste linkerhoekje van Nederland naar wat velen omschrijven als de verste uithoek van Nederland, onze mooie Stad.

 

Weliswaar met een flinke omweg, via het Drielandenpunt weer helemaal langs Duitsland omhoog.

Met een hersteld lichaam en geest vanuit Zeeland zijn we richting Noord-Brabant vertrokken.

Zo kwamen we van een huis met 5 honden terecht in een Gezinshuis met 8 kinderen.

Een heel mooi concept waar de ouders al 4 kinderen hebben en ruimte genoeg hebben om er nog 6 kinderen bij op te vangen.

Kinderen zonder veilig thuis die hier een liefdevol welkom krijgen. 

Ietwat overprikkeld maar goed gevoed stapten wij weer op om richting het overstromingsgebied (lees: Limburg) te trekken.

Onderweg kwamen we langs het grootste heikelpunt van de tocht.

Er ligt namelijk een stukje Nederland in België in Nederland. B

eter bekend als: Baarle- Nassau en -Hertog.

Na wat gepruts met de route en een paar principe-overschrijdingen (niet van de grens afwijken als het niet hoeft), besloten we er daar dwars doorheen te rijden.

 

Op een paar KPN sms’jes na was er niet veel spannends aan dit stukje land in een land in een land.

Maar we waren niet aan deze tocht begonnen omdat het alleen maar spannend en interessant moest zijn.

Maastricht daarentegen beviel ons zeer goed. Dat had wellicht ook te maken met het feit dat onze hele dag alleen maar uit terras en koffie bestond.

Blijkbaar is de andere uithoek van Nederland óók erg mooi! Een aanrader als je 400km wilt fietsen of 4 uur in de trein wilt zitten. 

Na deze ontspannende rustdag was het tijd voor onze eerste échte en enige bergetappe.

Van Maastricht naar Roermond via onder andere de Camerig en het Drielandenpunt.

Het klimmen ging beter dan verwacht, tót we even stilstonden om het parcours van de Ironman te kruisen. Pang!

Mijn achterderailleurkabel knapte zonder waarschuwing op het moment dat we een goede oversteekplaats hadden gevonden. 

We stonden kennelijk wat zoekend om ons heen te kijken, een Duitse jongen kwam op ons af of alles oké was.

Adrianne legde uit wat er gebeurd was, waarna hij ons wenkte om mee te gaan naar de bus.

Vroeger is mij ingeprent dat ik dit onder geen beding mocht doen, nu had ik geen keus.

Deze man bleek samen met een goede vriend en hun vriendinnen mee te doen aan de Ironman de dag erna en had een voorraad waar de gemiddelde fietsenmaker nu knetterjaloers op zou zijn.

 

Daar zat wonderbaarlijk genoeg ook een gehele nieuwe derailleurkabel bij. Stomverbaasd en  zielsgelukkig konden we na een halfuurtje weer op pad, wat kunnen mensen onbaatzuchtig en ontzettend lief zijn. We grapten dat dit al onze goede karma had gekost. Later bleek dit enigszins waar, aangezien we ons verzoek bij de weergoden niet meer konden indienen. En we daarmee dus weinig zon hebben gezien.

Na een bergetappe en nog wat problemen met pontjes en omfietsen door hoogwater (goh verrassend) kwamen we in het gebied waar ik al 1500km naar uitkeek.

We reden namelijk de Achterhoek in. Ik zal m’n chauvinistische gezeik zo kort mogelijk houden, maar ik kwam wel tot het inzicht dat Tukkers en Achterhoekers eigenlijk niet zo moeilijk moeten doen (inclusief ikzelf). Er is namelijk altijd een soort vijandigheid tussen deze twee groepen. Ik moet toegeven dat ik het verschil tussen de Achterhoek en Twente zelf niet eens zag, en meerdere malen zeer onder de indruk was (ik durf het bijna niet toe te geven) van de natuurgebieden die naadloos overliepen van de ene in de andere streek.

 

Wel vinden beide provincies het blijkbaar erg onnodig om de grenswegen te verharden, ik heb 250km na elke strook angstvallig m’n banden gecheckt op steentjes en ander gruis die eventueel lek konden veroorzaken. 
De laatste dag verbleven we al in de provincie en was het steeds erg verleidelijk om te kijken op de bordjes hoever de Stad nog was. Het was enigszins demotiverend om te zien dat de weg rechtstreeks minder dan de helft was van de route die we als laatste etappe hadden uitgestippeld. Toch was de laatste dag net zo geroutineerd als alle andere dagen, we pakten onze spullen zo klein en efficiënt mogelijk in en trokken onze tassen nog eens extra strak aan. Klaar om vanaf Bourtange nog een laatste stuk langs de Duitse grens te fietsen om vervolgens ons rond(je) te eindigen waar we mee begonnen zijn. Namelijk weiland, dijk, wind en schapen. Het heeft ook wel iets, dat platte niemandsland waar je echt even alleen bent met je eigen hoofd. Ruimte zat om alles nog eens te overdenken en verwerken.

Rustig laten bezinken hoeveel gastvrijheid, hulp en onwijs leuke reacties en interesse we hebben mogen ontvangen.

 

Ik nam me voor om aan het einde een beter mens te zijn, zowel fysiek als mentaal.

Dat was wellicht een groots doel, maar ik besloot wel de bordjessprint Groningen, die ik al gepland had sinds we vertrokken, samen met Adrianne tegelijk tegemoet te fietsen.

 

Want samen is alles tenslotte leuker dan alleen. Dankjewel lieve Adri!