Abnormaal blije gezichten

Zondagochtend half acht stap ik uit bed. Ik ga vandaag fietsen. Dat is opzich niks bijzonders natuurlijk, behalve als je bedenkt dat ik na de Transcontinental, bijna een half jaar geleden, nauwelijks een fiets heb aangeraakt.

Omdat ik geen idee heb hoe ik mezelf straks zal aantreffen besluit ik thuis al om niet met de "snelle" jongens mee te gaan en stap op mijn fiets. Ik kom aan bij Spaak en zie dat er meer mensen zin hebben vandaag. En dat terwijl ik net op buienradar toch echt een paar buitjes zag staan. Snel ontvlucht ik de drukte door nog even naar de werkplaats in de kelder te gaan om mijn remblokken te vervangen en het stof van mijn fiets te halen.  Als ik weer boven kom staat iedereen op het punt te vertrekken. Het zijn wel erg veel mensen. Henrieke roept de instructies voor vertrek. 2 groepen; 1 "normale" groep met snelheden tot ongeveer 30 km per uur en een "snelle groep" voor alles wat daarboven komt. De "normale" groep komt samen en ik zie dat deze groep toch wel uit een man of 30 bestaat. Op het laatst besluit ik daarom met de "snelle" groep mee te gaan. Ik hou van overzicht en als ik  perhaps toch uitval kan ik altijd nog bij de achteropkomende "normale" groep aanhaken.

Het gaat na 5 minuten gelijk hard. Er staat een zacht briesje maar deze voelt als een flinke tegenwind. Ik probeer uit mijn kop te gaan en het gewoon te accepteren zoals het is. Mijn grootvader zei altijd iets over brand en blaren en dit is wat hij bedoelt. Achter mij hoor ik wat gemopper en de eerste paar man vallen reeds af. Snel naar de "normale" groep zullen ze denken. Ik houd vol. Ook tot mijn eigen grote verbazing. We schieten door de weilanden en wanneer ik mijn adem weer onder controle heb, begin ik wat om mij heen te kijken. Wat is het toch mooi, de wolken maken plaats voor de zon en alhoewel het wegdek nog wat nat is doet de zon veel goeds. In tijden heb ik niet zo lekker gefietst. Ik verschuilde me vaak achter de smoes dat ik het fietsen door de provincie niet avontuurlijk genoeg vond, maar vandaag gaat er even een nieuwe wereld open. De laagstaande zon doet de omgeving schitteren. En als ik zo in mezelf mijn gedachten laat gaan, snellen de kilometers voorbij. Ik moet het modder van mijn fietscomputer verwijderen om te zien dat we er al 60 km op hebben zitten. 

Ik begin honger te krijgen. In alle vlugheid voor vertrek ben ik helemaal vergeten wat eten mee te nemen. Ik vraag de gene naast mij of we bijna terug zijn en krijg te horen dat het ongeveer nog 7 km is. Dat houd ik wel vol. Of toch niet? Ik krijg een koekje aangeboden waar aardig wat suikers in zitten en met die suikers in mijn bloed zetten we koers naar de finish; Spaak. Hier aangekomen zijn we de eersten.  Ik kleed me snel om, zodat ik kan helpen in zaak. De rest zal zo ook wel terugkomen en die willen vast koffie of chocomelk met appeltaart en slagroom. Als ik mijn veters goed en wel gestrikt heb zijn ook zij er. De "normale" groep, maar met abnormaal blije gezichten!

Welkom terug!